Eten in de vroege middeleeuwen

Men gebruikte aardewerken kookpotten om het eten te bereiden. Wie geen ijzeren ketel kon veroorloven, was hierop aangewezen en dat zou nog lange tijd zo blijven. De gewone mens is niet een vinding van onze tijd. Hij bestond vroeger ook al en hij at elke dag een éénpans maaltijd. Een slobbersoepje van bijvoorbeeld groenten, groene kruiden, graankorrels en gedroogd fruit. Een hele enkele keer zat er wat vlees of vis in. Verder at men ook een dikke pap. Voedsel om mee te nemen naar het veld of naar een werkplaats, bestond in de vorm van een dikke pannenkoek. Zelfgemaakt deeg kon je laten bakken in een gemeenschapsoven. Aan ontbijt deed men niet. De middag was voor de warme maaltijd bestemd. Enkelen gebruikten in de avond een souper. De meeste mensen konden hier slechts van dromen. Voor hen zat er niet meer in dan een stuk brood, waar ze bier bij dronken.
Deze drank was overal. Het was goedkoop en werd gedronken door jong en oud. Het alcoholpercentage was veel lager dan dat van ons huidige pilsje. Er wordt vaak beweerd dat men bier dronk omdat het beschikbare water niet veilig was. Dat gold zeker niet voor de vroege middeleeuwen. Het beeld van verontreinigd water klopt hier niet. Waarschijnlijk dronk men bier voor de afwisseling, tenslotte bestond er geen koffie, thee of frisdrank. Wijn moest worden geïmporteerd en was daardoor veel te duur voor de gewone mens. Bier had ook een sociale status. De laagste klasse kon alleen water drinken, want dat was tenslotte gratis. Daarnaast was bier onderdeel van het dagelijkse dieet. Bij gelegenheden werd zwaarder bier gedronken. Het was gruitbier, een bitterzuur bier met gagel als belangrijkste bestanddeel. Tot in de 13de eeuw werd dit bier gebrouwen, alhoewel hop in Duitsland al in de 9de eeuw bekend was. De heer had het gruitrecht. Over het mengsel van bierkruiden moest deze belasting worden betaald. Bierbrouwen was een huishoudelijke taak die door vrouwen werd verricht. Ook werden er verschillende bieren gebrouwen in kloosters. In de 9de eeuw ontstonden er grotere brouwerijen. Dat kwam omdat aan het keizerlijk hof grotere hoeveelheden nodig waren. Met de groei van de gemeenschappen werd het lonend voor ambachtslieden om te gaan brouwen.
De groei van en verandering in het brouwen van bier speelt een belangrijke rol in mijn historische roman, die zich afspeelt in het 9de eeuwse Kennemerland. Ik heb bij het schrijven met enige regelmaat een pintje gedronken om in de juiste stemming te komen.


Twitter Facebook LinkedIn Volgen


Eten in de vroege middeleeuwen

Fonds

Optimisten en pessimisten

Kinhem, wachttijd

Het boek is af

Eten in de vroege middeleeuwen